Regels frustreren groene kinderopvang

groene_kinderopvang

Het is het Jaar van de Groene Kinderopvang. Kinderen gedijen goed in een groene omgeving en steeds meer kinderopvangcentra en scholen vergroenen daarom hun omgeving. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Vooral in de kinderopvangsector krijgen organisaties die het initiatief nemen tot vergroening te maken met wet- en regelgeving die een veilige speelomgeving afdwingt. Dat staat soms op gespannen voet met de risico’s die meer beestjes en planten met zich meebrengen.

Insecten

Een groene speelomgeving brengt risico’s met zich mee. In een groene omgeving met  hoogteverschillen, bomen, zand, modder en water kunnen kinderen vallen en vies worden. Meer bloemen betekent meer insecten. Struiken dragen soms besjes die in een onbewaakt moment gegeten kunnen worden. En wat te denken van brandnetels (voor thee of salade), waterpartijen en vuurplaatsen?

Brandnetels

Voor al deze risico’s bestaan geen duidelijke richtlijnen. Er is een verplichte risico-inventarisatie, maar de goedkeuring ervan is subjectief. Het gevolg is dat directie, management en medewerkers van opvangorganisaties met vragen aankloppen bij Veldwerk Nederland. Brandnetels in een tuin bijvoorbeeld zijn leuk. Je kunt er soep mee maken of thee en het trekt vlinders aan. Maar peuters kunnen zich eraan prikken of erger nog, erin vallen. Dan rijst de vraag: vanaf welke leeftijd kun je brandnetels in de tuin hebben? Wat is verantwoord? Vanaf  2, 4 of 6 jaar? En wat doe je met giftige bessen? Moeten die weg of moeten peuters leren die niet in de mond te steken? Kan dat als ze zojuist hebben geleerd dat je bessen kunt eten?

Aanvaardbare risico’s

‘Er wordt gemopperd over de starre houding van de GGD’, aldus Marc Veekamp, accountmanager Kinderopvang Veldwerk Nederland. ‘Maar dat is niet altijd terecht. De kinderopvang moet zelf de risico’s in kaart brengen en aangeven hoe zij daar mee om gaat. Het is goed dat de GGD daarover vragen stelt, dat houdt je scherp. Wet- en regelgeving staat de realisatie van meer natuur bij kinderen niet in de weg, wel de interpretatie ervan.’

Vaste regels omtrent de inrichting van een groene buitenruimte is volgens Veekamp niet te doen. ‘Neem het voorbeeld van de brandnetels. Dan zou je moeten vaststellen: leggen we grens bij één brandnetel? Of bij honderd? En hoe controleer je dat?’ Volgens Veekamp moeten de opvangbranche en de GGD er samen uitkomen. ‘Ik vind het belangrijk dat de praktijk en de GGD in een gemeenschappelijk kader gaan denken. Zowel GGD als kinderopvang moeten natuur leren waarderen en leren omgaan met aanvaardbare risico’s. Dan heb je het over de inhoud en dat wordt niet vastgelegd in wet- en regelgeving.’

Groen Cement

Er zijn kinderopvangorganisaties die het voortouw nemen. Door te voldoen aan het kwaliteitsmerk Groene Kinderopvang van Groen Cement. Of door met de kinderen de hele middag buiten te zijn, zoals bij de natuurbso’s Struin (Nijmegen), BSO Wijs! (Driebergen) en De Fuut (Culemborg).

Training medewerkers

Organisaties die willen vergroenen doen er goed aan zelf het kader aan te geven waarbinnen ze werken. Veekamp: ‘Beschrijf wat je een aanvaardbaar risico vind in je risico-inventarisatie en waarom. Veldwerk Nederland kan helpen bij het verwoorden van de aanvaardbare risico’s  en kan management en medewerkers trainen bij het hanteren van de dilemma’s die ze tegenkomen buiten en in de natuur.’

Management Kinderopvang

De kinderopvang moet volgens Veekamp zelf zoeken naar de grenzen en aanvaardbare risico’s in een groene speelomgeving. Om de sector daarbij te helpen, startte Veekamp in mei dit jaar rubriek Groen versus Regels in het vakblad Management Kinderopvang. Daarin worden vragen behandeld van organisaties uit de kinderopvang die kampen met het spanningsveld tussen vergroening en wet- en regelgeving. In de rubriek wordt op de verhalen gereageerd door deskundigen van de GGD of mensen die inhoudelijk expertise hebben, zoals ontwerpers en beheerders van natuurlijke speelplaatsen of deskundigen in insectenbeten.

Input voor de rubriek bleef echter minimaal.  Ondanks het vele gemopper over de GGD bleken weinigen genegen zich publiekelijk te willen uitlaten over hun frustratie omtrent het contact met de GGD, wellicht uit angst hun relatie met de dienst te schaden.

Rol GGD

Marc Veekamp is er duidelijk over: de sleutel voor de oplossing ligt bij de GGD. ‘Wanneer de GGD zich uitspreekt voor het belang van aanvaardbare risico’s van kinderen ontstaat er ruimte voor al die ondernemers die natuurbeleving verder willen brengen. ‘Maar helaas zegt de GGD daar niet voor verantwoordelijk te zijn. De GGD ziet zichzelf als uitvoerder van de wet en niet als inhoudelijk adviseur.’

Meer lezen over vergroening van kinderopvang?

In september verschijnt het boek Groene kinderopvang, van Slakkenhotel tot natuur-BSO. In het boek beschrijven Marc Veekamp en Bowine Wijffels de Groene kinderopvang in Nederland en geven zij een overzicht van veertig toonaangevende groene locaties.

Lees ook:

Groen Kennisnet

Artikel Management Kinderopvang (pdf)

Kind van Nature

4 thoughts on “Regels frustreren groene kinderopvang”

  1. Femke schreef:

    Ik vind het heel belangrijk dat mijn kinderen lekker buiten kunnen spelen, ik vind het onzin dat er weer een hoop regels aan moeten hangen. Bij mijn gastouderopvang gaan ze dagelijks naar buiten! Hoe koud het ook is buiten.

    1. Chantal schreef:

      Groot gelijk Femke! Als je je goed kleed, lekker warm en waterdicht, kun je veel hebben. En bewegen, maar dat doen kinderen graag. Fijn dat je ze mee naar buiten neemt! Doe je spelletjes of laat je ze zelf spelen?

      1. Bob schreef:

        Op internet zijn korte en inspirerende speeches te vinden van Gever Tulley. Deze gaan over enerzijds de regel-samenleving en anderzijds ‘Vijf Gevaarlijke Dingen’ die we onze kinderen moeten laten doen.

        1. Chantal schreef:

          Dank je Bob. En excuses voor de trage reactie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *