Konijn

dood_konijn

Ik liep met zoontje Sam en de hond door het losloopgebied en daar zat een konijn. Een ziek konijn. Hij huppelde wel, maar een beetje doelloos in het rond en niet echt snel. Het was duidelijk dat hij zijn hol niet kon vinden. Dat kwam doordat hij niet meer kon zien. Door myxomatose waren zijn ogen weggestopt onder dikke rode zweren. De ziekte betekende een langzame dood voor dit konijn.

We liepen samen met een vriendin die ook een hond had. De twee honden renden naar het konijn. Nu is mijn hond heel braaf. Als je zegt dat ze iets moet doen of laten, doet ze dat.  Dus toen ik schreeuwde “laat maar, niet aankomen”, bleef de hond staan op zo’n tien centimeter afstand van het konijn met zijn neus snuffelend in de lucht.

Paniek

Dat was voor het konijn te dichtbij. In paniek probeerde hij zijn hol te vinden, maar dat lukte niet. Hij dook onder het prikkeldraad door en huppelde richting een plas water. Ik hield mijn hart vast. Dat hielp niet. Konijn, die niets zag, tuimelde in het water. Ik zag hem spartelen en hoorde mijn zoontje gillen. Normaal ben ik een zenuwpees, maar in zulke situaties ben ik plotseling heel resoluut.

Ik klom over het prikkeldraad, liep richting het water, terwijl mijn zoontje en hond toekeken, en met één hand trok ik konijn aan zijn zij het water uit. Het was koud. Een graad of vijf schat ik. Ik legde konijn op de kant en dacht dat hij dood was. Maar dat was hij niet. Je zag hem licht ademen, zijn buik ging op en neer.  Wat moet ik nu?, dacht ik bij mezelf, maar wilde rustig blijven voor mijn zoontje. Dus ik zei “Wat zal ik doen?” Ik had de neiging om het konijn toe te dekken met mijn warme wintersjaal, omdat het konijn zo doorweekt en hulpeloos aan de kant lag. Maar myxomatose is niet niks en ik wilde geen besmette sjaal. Ik had de neiging om hem dan maar op te pakken en te verwarmen, maar ook dat deed ik niet.

konijn_dichtbij

“Wat zal ik doen?”, zei ik nog eens tegen zoontje en vriendin. Geen reactie. Zij wisten het ook niet. En toen, na een minuut vol twijfel, stopte het ademen. Ik hoefde geen beslissing meer te nemen. Het konijn was dood. Ik was geschokt, maar mijn zoontje nog meer. Op zo’n moment moet je sterk blijven voor je kind. Dus ik klom terug over het hek en zei “Het konijn is dood”.  Ik zag mijn zoontje verschrikt kijken. “Het konijn is dood, verdronken”, maakte ik het nog een graadje erger.

Kinderlijk verhaal

Ik had iets uit te leggen. Ik ging op mijn hurken zitten en zonder het gebeurde te willen dramatiseren, legde ik zo nuchter mogelijk uit wat met konijn was gebeurd. “Het konijn kon niet zwemmen. En als je niet kan zwemmen en in het water valt, kún je verdrinken. Het konijn was ook ziek.” Ik wilde bijna zeggen “dus het is niet erg dat hij doodging”, maar daarmee zou ik voorbij gaan aan de schrik van mijn zoontje. Wat was gebeurd was wèl erg! “Het konijn was ziek en daardoor kon hij niets zien. Hij zag ook niet dat hij in het water sprong en verdronk.” Ik maakte er een zo kinderlijk mogelijk verhaal van.

Ik stond weer op en wachtte niet op vragen. Die stelde mijn zoontje, drie jaar oud, ook niet. Misschien was deze uitleg voldoende. Ergens was ik blij dat de dood ons nu onder ogen was gekomen. Twee vliegen in één klap: mijn zoontje leerde dat als je niet kunt zwemmen, je kunt verdrinken èn dat dieren kunnen overlijden. Het woord overlijden kent hij inmiddels goed, alleen nog niet in verband met mensen.

Leven

We weren de dood angstvallig uit ons dagelijks leven, terwijl het bij het leven hoort. Dit was een soort cadeautje. Niet voor het konijn, maar voor ons. Door te zien dat iets kan sterven, ziet Sam dat het leven eindig is. Het is niet mijn missie hem daar zo jong mogelijk mee te confronteren, maar ik denk niet dat het erg is als we het tegenkomen. Zeker niet als dat op zo’n natuurlijke manier gebeurt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *